Landbouw Bosbouw en Visserij

Ruim 40 % van de Marokkaanse beroepsbevolking werkt in de landbouw, waarmee deze sector de grootste werkgever van het land is. De natuurlijke bossen van Marokko bestrijken een oppervlakte van in totaal 5,8 miljoen hectares. Het land heeft verder 3,2 miljoen hectares aan grassteppen en 530.000 hectares aangeplante bebossing. Volgens de laatste statistieken, die in 2008 door het Marokkaanse Ministerie van Landbouw en Visserij bekend werden gemaakt, steeg de totale visproductie in 2007 naar 1.017.000 ton, 15 % meer dan het jaar daarvoor. Marokko is de grootste Afrikaanse producent van vis, met 3000 offshore visboten, meer dan 400 vissersschepen en duizenden kleine vissersboten. De overheid besteedt ook aandacht aan het behoud van de bossen, zowel van de natuurlijke bossen als de aangeplante.

Landbouw
Volgens de statistieken zijn 24.451.000 ares ofwel 9.894.968 hectares, zo’n 22 % van het hele landelijke gebied van Marokko uitgezonderd de Westelijke Sahara, onvruchtbaar. Bijna 43 % van alle bebouwbare grond wordt bebouwd met granen, 3 % met peulvruchten, 7 % met plantages en boomgaarden voor bijvoorbeeld amandelen, olijven, druiven, citrusvruchten en dadels, 2 % met producten voor industriële toepassingen, zoals katoen, rietsuiker, suikerbieten en oliezaden, 2 % voor veevoeder en 2 % voor groenten. De overige 41 % is braakliggend lang. Het grootste deel van de Marokkaanse bevolking bedrijft traditionele landbouw op stukken grond kleiner dan 5 hectares. Marokko heeft een gematigd klimaat met voldoende neerslag, vooral in het Noordwesten van het land.

Marokko is voor een deel zelfvoorzienend in haar voedselproductie. Daarnaast is er een grote productie van tomaten, sinaasappelen, aardappelen, olijven en olijfolie, die naar Europese en Afrikaanse landen worden geëxporteerd. Suiker, granen, thee en koffie worden geïmporteerd. Meer dan 40 % van Marokko’s totale graan- en meelconsumptie wordt geïmporteerd uit Frankrijk en de Verenigde Staten. De gehele land- en tuinbouwsector van Marokko geniet een totale vrijstelling van belastingen.

Herbebossing – Marokko moedigt bosbouw en herbebossing aan. Dit is een belangrijk beleidspunt van de Marokkaanse overheid. De bossen van het land beslaan meer dan 9 miljoen hectares, ofwel 12 % van de totale oppervlakte van het land en 6,8 % van alle landelijk gebied. De bosbouw biedt werkgelegenheid voor de productie van hout, kurk en andere bosbouwactiviteiten. Kurk wordt geproduceerd op 300.000 hectares kurkeikbossen, die in staatsbezit zijn. Andere commercieel geëxploiteerde boomsoorten zijn de juniper, de evergreen eik, ceder en de arganboom. Overige bosbouwproducten zijn plantaardige vezels en Espartogras. Daarnaast zijn er meer dan 45.000 hectare kunstmatig aangeplante boomgaarden met eucalyptusbomen, die de grondstoffen vormen voor de snel groeiende cellulose textielindustrie.

Een herbebossingsplan werd al tussen 1981 en 1985 door de Marokkaanse overheid gelanceerd. Met dit plan moesten jaarlijks 25.000 hectares bossen worden aangeplant. In 2007 bleek uit de statistieken dat Marokko in werkelijkheid jaarlijks 37.000 hectares bossen heeft aangeplant en is sindsdien veel energie in gestoken om dit aantal nog groter te maken. De overheid streeft naar 50.000 hectares per jaar, om het behoud van ’s lands bossen te waarborgen.

Visserij in Marokko
Vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw is de visserijsector in Marokko de belangrijkste sector van het land. Zij is geconcentreerd in de steden Safi, Tan-Tan en Agadir. Marokko is de grootste producent van naar Europa geëxporteerde sardines. 86 % van de totale visvangst wordt in de kustwateren van Marokko gevangen en 13 % met diepzeevissen, algen aquacultuur en cultivatie. De wateren van de Westelijke Sahara zijn rijk aan vis en zeevruchten. Een groot deel van de in de kustwateren gevangen vis wordt verwerkt in de visverwerkende industrie, die geconcentreerd is in de steden Tan-Tan, Layoun, Agadir en Tarfaya. De in aquacultuur geteelde vissoorten zijn voornamelijk zeebaars, zeebrasem, tonijn, oesters en paling. Deze vissoorten zijn bestemd voor de export naar Europa. De grootste aquacultuur boerderijen bevinden zich in Hoceima en Nador aan de Oulidida, aan de Atlantische Oceaan, aan de Middellandse Zee en in Azrou aan een binnenmeer.